3 augustus 2020

Mevrouw Annie van de Put zet geen streep, maar trekt een grens

Ze doet al meer dan 25 jaar vrijwilligerswerk in haar geliefde Wittevrouwenveld. Dat was geen liefde op het eerste gezicht, maar ‘wonen hier is zo gek nog niet’, aldus Annie van de Put. Na al die jaren is haar gezondheid te broos om nog heel actief te zijn. “Ik heb in kleine kring mijn afscheid gevierd, maar ik blijf op de achtergrond wel nog alles volgen.”

Furieus

Noodgedwongen, zo betitelt ze haar besluit om te stoppen met haar werk voor de wijk. Het lichaam wil niet meer. Maar als artsen beginnen over een bed in de woonkamer, wordt de Maastrichtse furieus. Daar wil je ze niets van weten. En dus ziet ze haar afscheid niet als een streep, maar als een grens die ze moet aangeven. “Ik heb een dagelijks rustuurtje ingevoerd”, lacht ze. Op de achtergrond denkt, belt en mailt ze nog graag mee. In al die tijd heeft ze veel kennis, ervaring en een enorm netwerk opgebouwd. Dat gaat niet verloren.

‘Er is veel meer mogelijk’

“Ik blijf me nog altijd inzetten voor eenzame mensen en senioren die net buiten de boot vallen”, vertelt ze. “Door naar ze te luisteren en ze goed te verwijzen. Sommige kwesties zijn gemakkelijk te verhelpen. En er is veel meer mogelijk dan je denkt.” En dus regelt Annie geregeld uitstapjes. Met een touringcar naar Duitsland voor een bezoek aan een textielfabriek. Samen naar het klooster of de kerstmarkt. “Dan gaan we met z’n allen in het reuzenrad!” Ook bij de senioreninloop, waar mensen vragen kunnen stellen over hun computer of telefoon, houdt ze nog een vinger aan de pols. “Als dat over een half jaartje goed loopt, laat ik het los.”

Even wennen

Annie is geboren in Biesland en verhuisde voor de liefde naar Wittevrouwenveld. “Dat was in het begin wel vreemd. We woonden hier zo dicht op elkaar, je rook precies wat de buurvrouw aan het koken was. Toen ik met mijn eerste kindje door de straat liep, was er geen andere moeder die met mij mee ging wandelen. Ze brachten veelal hun kinderen naar oma en gingen daar op het stoepje zitten.” Het was even wennen, maar als snel zette ze zich in voor de wijk. Dat groeide uit tot een passie die nog steeds niet is gedoofd.

Opdirken

“Je moet niet vergeten: hier wonen ouderen die vaak twee generaties hebben opgevoed. Hun kinderen én de kleinkinderen. Ze hebben zichzelf hun hele leven weggecijferd. Om dan eindelijk eens aan jezelf te denken, is best lastig.” Daarom stelde Annie duidelijke regels aan de maandagclub. Een groepje vaste buurtbewoners die gezellig samenkomen en af en toe eropuit gaan. “Die maandagochtend is een momentje voor jezelf. Dus maak er wat van. Ik zie liever geen trainingspakken en Crocs. Dirk jezelf lekker op! Dat verdien je.” Ze voegt de daad bij het woord en is zelf altijd tot in de puntjes verzorgd. Het leverde haar in begin nog wel wat commentaar op van de buurt. “Dat heeft me gesterkt in het besluit om mijn kinderen bewust hier naar school te laten gaan.” En ook daar zette Annie, samen met haar man Reng, zich in om allerlei initiatieven op poten te zetten.

Nieuwkomers

“Deze wijk heeft potentie. Zeker nu de Groene Loper er is”, stelt ze. “Ik hoop dat de nieuwkomers hun plek vinden. Wat maakt het nou uit of iemand huurt of koopt? We zijn toch allemaal mensen? Dit is een levendige wijk, er gebeurt altijd wel iets. Als je kijkt naar de nieuwe ondernemers in de Frankenstraat. Het is aan het veranderen. Maar ook het buurtcafé om de hoek moet onderdeel blijven van de buurt. Ik hoop dat iedereen van die veranderingen kan blijven profiteren. Dat kan heel eenvoudig. Door bijvoorbeeld de buurtbarbecue betaalbaar te houden. Zo laten we de wijken niet vallen.”

Opvolger

Heeft Annie al nagedacht over een opvolger? “Jazeker! Voor de maandagclub heb ik al iemand. Zij doet het hartstikke goed. En de studenten van de computerinloop doen het ook prima.” Naast haar ligt een stapeltje papieren ‘waar ze nog iets mee moet’. Mailtjes, ideeën, vragen van buurtbewoners. Zo blijft ze betrokken bij het wel en wee in Wittevrouwenveld. Maar er is nu ook tijd voor haarzelf. En voor Reng. “Hij gaat ‘s ochtends altijd zijn krantje lezen in Wyck. Ik heb bedacht dat ik maar eens met hem mee ga. Gezellig samen.”