7 oktober 2021

"Groene Loper is het beste dat de Maastrichtse stadsontwikkeling kon overkomen"

Een schoolvoorbeeld van een geslaagde stedelijke ontwikkeling. Zo noemt Menno Homan de Groene Loper en het vastgoed dat daar momenteel verrijst. De architectuur vertoont volgens hem een hoge mate van vakmanschap en draagt bij aan het ontstaan van een sterk stedelijk weefsel. Aan de basis hiervan stond en staat een overheid die de regie houdt over wat er in de ruimte gebeurt. We vragen Homan om zijn visie te geven op hoe de Groene Loper zich ontwikkelt. Aanleiding is zijn recente afscheid als voorzitter van de Welstands-/Monumentencommissie van de gemeente Maastricht. Voor Homan een gepast moment voor een beschouwing over het fenomeen ‘stad’ en de plek van de Groene Loper daarin. 

Organische groei

Voorafgaand aan het interview heeft Homan een wandeling gemaakt over de Groene Loper. Wat hem vooral opviel en ook blij verraste, is hoe de Groene Loper en de bebouwing eromheen zich organisch lijkt te ontwikkelen tot een nieuw stedelijk weefsel. ‘Ik grijp dan terug naar de geschiedenis van de stad. Een kleine honderd jaar geleden, met de opkomst van het modernisme en na CIAM (een groot internationaal architectuurcongres in 1928 – red.), is de relatie tussen architectuur en de stad drastisch veranderd. Architecten gingen niet meer werken aan stedelijke weefsels, maar aan individuele gebouwen, die niet per se bijdroegen aan het stedenbouwkundig geheel. Met de steeds grotere rol van de markt, en de opkomst van sterarchitecten, is dat alleen maar sterker geworden. Aan de Groene Loper voel ik weer de werking van het geheel. Er zijn wel individuele gebouwen, maar ze zijn op een slimme manier geregisseerd in een ensemble. Zo pakt de Groene Loper als het ware de draad van de negentiende eeuw weer op.’

Architectuur als bijdrage aan het geheel

Homan hecht veel waarde aan het bestaan of ontstaan van een weefsel omdat dit de essentie van een stad uitmaakt. Hij onderschrijft de visie van de in 1997 overleden vooraanstaande Italiaanse architect Aldo Rossi, in Maastricht bekend van het Bonnefantenmuseum. ‘Rossi omschreef de stad als een weefsel van architectuur die niet opvalt via individuele gebouwen, maar die collectieve ruimten schept. Dit vanuit de gedachte dat je met aaneengesloten muren ruimte maakt. Ik denk dat samenlevingen behoefte hebben aan collectieve ruimten, waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten. Dat aspect komt hier aan de Groene Loper weer terug. Dat komt omdat de architectuur niet op zichzelf staat, maar bijdraagt aan het stedenbouwkundig en landschappelijk geheel. De laatste decennia gebeurt meestal het omgekeerde. En dan ontwikkelt een stad zich dus tot een verzameling van losse gebouwen die geen collectieve ruimten schept. Goede stedenbouw voorkomt dat, door de juiste voorwaarden te scheppen voor niet alleen het fysiek, maar ook maatschappelijk en sociaal weefsel.’

Vakmanschap

Homan ziet aan de Groene Loper ook dat de overheid nadrukkelijk de regie neemt, op een moderne manier. ‘Dus niet door alles voor te schrijven, maar door aan de voorkant van het proces de ambities en maatschappelijke vraagstukken te omschrijven. Vervolgens is de markt uitgedaagd om voor die vraagstukken de beste oplossingen aan te dragen. Terwijl dit soort regie ten dienste van het publieke belang elders steeds minder voorkomt, staat ze aan de Groene Loper nog fier overeind.’

Noodzakelijk voor een geloofwaardige stedelijke architectuur is volgens Homan ook vakmanschap. ‘Nederland was ooit wereldberoemd om de zeer hoge gemiddelde kwaliteit van de volkshuisvesting, grotendeels veroorzaakt door een sterk regisserende overheid. Die kwaliteit is op veel plekken uit het nieuwe stadsbeeld verdwenen, maar niet aan de Groene Loper. Hier zijn goede architecten aan het werk, die bovendien bereid zijn hun ego opzij te zetten als het commentaar van collega’s tot betere ontwerpen leidt.’

Alles verschuift

Homan concludeert dan ook dat het project A2 Maastricht en de Groene Loper het beste is wat de Maastrichtse stadsontwikkeling in deze tijd  overkomt. ‘Ik vind dat een enorme verdienste van iedereen die aan het project werkt of heeft gewerkt. En ik ben blij dat de welstandscommissie daar naar vermogen aan heeft mogen bijgedragen.’

Tegelijkertijd constateert Homan dat de Groene Loper tot wasdom komt in een tijd waarin, zoals hij zegt, ‘alles aan het verschuiven is’. De noodzaak de stad klimaatbestendig en rechtvaardig te maken, de veranderende rol van de auto, de toename van het aantal stedelijke nomaden die zich niet aan een buurt of stad hechten, de behoefte aan nieuwe woon- en werkvormen, de sociale media en virtuele wereld die de mensen loszingen van de fysieke wereld, de inpassing van stadslandbouw; er zijn vele nieuwe vraagstukken die het denken over de stad, en over de relatie tussen stad en architectuur, in een nieuwe stroomversnelling brengt. Homan heeft voor de (nieuwe) vraagstukken geen oplossing voorhanden. ‘Er buitelen vele gedachten door mijn architectenhoofd over de culturele en maatschappelijke rol van architectuur in deze tijd, vaak nog tegenstrijdig ook. Ik ben ook benieuwd hoe de Groene Loper zich onder de nieuwe ontwikkelingen gaat houden. Dit doet echter niks af aan de enorme prestatie die hier is geleverd.’

Podium als lijm

Afsluitend heeft Homan nog wel een wens voor de Groene Loper. In 2018 sprak hij in een lezing tijdens de Dag van de Architectuur de hoop uit dat de Groene Loper niet alleen maar mooi moest worden. ‘Het moet een onderdeel worden van het levend organisme van Maastricht. Dus niet alleen prachtig kijkgroen voor de bewoners die er wonen, maar een soort Central Park. Met publieke functies die mensen vanuit de hele stad aantrekken, van horeca tot scholen. Inmiddels wordt steeds duidelijker dat dit gaat lukken. Mijn droom zou zijn als de Groene Loper in de toekomst ook nog een podium krijgt. Geen muziektent, maar een ‘stadstent’. Een eenvoudige en inspirerende ruimte voor maquettes, tekeningen en presentaties, waar mensen samenkomen om plannen voor de stad te bespreken en te debatteren over onderwerpen die voor de stad belangrijk zijn. Met zo’n podium krijgt de Groene Loper echt een lijmfunctie die de buurt ver overstijgt.’


Menno Homan en de welstandscommissie in Maastricht

Menno Homan, geboren in 1947, heeft een lange ervaring als architect in Den Haag. Hij ontwierp vele projecten, won prijzen en leidde enkele jaren het architectenbureau van de toenmalige Rijksgebouwendienst (RGD). De laatste twaalf jaar wijdde hij onder meer aan het welstandstoezicht, eerst in Amsterdam, later in Maastricht. Hij was tussen 2015 en najaar 2021 voorzitter van de Maastrichtse welstands-/monumentencommissie. De commissie bewaakt de ‘welstand’ van de gebouwde omgeving in Maastricht. Ze beoordeelt individuele bouwplannen, die worden getoetst aan de Welstandsnota. Deze bevat objectieve normen voor het uiterlijk van gebouwen in Maastricht, met maatwerk voor de verschillende wijken in de stad.

De commissie beoordeelt ook alle bouwplannen aan de Groene Loper. Ze worden getoetst aan het door de supervisors Edzo Bindels en Fred Humblé, in overleg met de welstandscommissie, opgestelde Toetsingsdocument deel C. Om de beoordeling door de welstandscommissie sneller te laten verlopen, is bij de Groene Loper voor een bijzondere constructie gekozen. De welstandscommissie heeft in de persoon van Nick Ceulemans een vooruitgeschoven post in de ontwerpsessies aan de Groene Loper, waarin de architecten samen hun ontwerpen bespreken en werken aan een betere onderlinge aansluiting daarvan. Nog voor de officiële indiening kan zo worden beproefd hoe een bepaald bouwplan kan vallen bij de commissie. Welstandscommissie, Projectbureau A2 Maastricht en Ballast Nedam Development hebben afgesproken dat de daadwerkelijke behandeling in de commissie vervolgens in beginsel een hamerstuk is. Al blijft er ook dan altijd nog ruimte voor discussie.