13 mei 2020

Het werk gaat door: in gesprek met de architecten van de Groene Loper (1)

Ook in corona-tijden gaat het werk aan de Groene Loper door. Zo blijven de architecten van de volgende nieuwbouwprojecten hun ontwerpen verder fijn slijpen. We stellen ze in een korte serie aan u voor. In deze eerste aflevering de Maastrichtse ontwerper Mathieu Bruls. Van zijn hand is het tien lagen hoge appartementengebouw dat aan de noordkant van de Groene Loper komt, op de hoek President Rooseveltlaan - Kolonel Millerstraat. Bruls wil hier een iconisch gebouw neer zetten, dat in goede samenhang met de omringende gebouwen bijdraagt aan de hoge stedenbouwkundige kwaliteit van de Groene Loper.

We spreken Mathieu Bruls op veilige afstand van elkaar in zijn kantoor aan de Alexander Battalaan in Maastricht. Aan de andere kant van de ruimte zijn nog drie collega’s aanwezig. Daarnaast werken nog enkele medewerkers thuis. “Zij komen normaal met het openbaar vervoer naar het werk en dat vind ik nu niet zo’n goed idee”, vertelt Bruls. “Alleen op woensdag komt iedereen hier, met de auto, naar toe. Dan laden de thuiswerkers hun grote laptops in en uit de kofferbak. Het is toch goed elkaar eens in de week live te zien.”

Een impressie van het toekomstige appartementengebouw op de hoek President Rooseveltlaan - Kolonel Millerstraat

Oneindige zoektocht

Bruls heeft een duidelijke mening over het grote belang van goede stedenbouw. Om zijn verhaal te onderstrepen, wijst hij regelmatig naar buiten. Naar de Battalaan, met statige gebouwen en woonhuizen die soms al honderd jaar oud zijn. “Iedereen vindt dit nog steeds een heel aantrekkelijke straat. Dat komt doordat de bebouwing veel kwaliteit en samenhang vertoont. Waar dat precies in zit, is niet eens zo makkelijk te zeggen. Het zit vaak in subtiele details en dat maakt het vak van ontwerpen ook zo boeiend en complex. Het is een oneindige, levensvervullende zoektocht naar hoe je de zeggingskracht van vorm in de gebouwde omgeving kunt begrijpen en vergroten.”

Omgeving belangrijker dan gebouw

Ook de Groene Loper is volgens Bruls een voorbeeld van een krachtige en aantrekkelijke stedelijke ruimte. “Er zijn maar weinig ontwikkelingen die, zoveel succes hebben, terwijl misschien nog maar 10% van het vastgoed gereed is. De Groene Loper wordt nu al intensief gebruikt en dat maakt het tot een zeer weldoordacht en succesvol plan. Je ziet hier hoe goed het werkt als krachtige opdrachtgevers als Projectbureau A2 Maastricht en Ballast Nedam Development en een vakkundig stedenbouwkundig bureau met visie als West 8 bij elkaar komen. Dan krijg je stedelijke ruimtes waar mensen zich gelukkig en op hun gemak kunnen voelen.”

De krachtige stedenbouwkundige sturing die hiervoor nodig is, komt tegenwoordig volgens Bruls echter niet meer zo vaak voor. “95% van de ontwikkelingen in steden in onze huidige beschaving ontstaan door een spontane toevoeging en optelling van losse gebouwen. Die kunnen wel mooi zijn, maar vertonen onderling vaak weinig samenhang. Liever echter een lelijk gebouw in een krachtige en hoogwaardige omgeving dan een mooi gebouw in een slechte stedelijke ruimte. Dat gaat wel tegen de tijdgeest in. Want een krachtige stedelijke ruimte laat zich niet fotograferen en op Instagram zetten. Met een losstaand mooi gebouw lukt dat wel. In mijn visie moet dat gebouw altijd de stedenbouwkundige ruimte eromheen versterken. Alleen zo ontstaat een hoge kwaliteit.”

Grenzen opzoeken

Bruls vindt het dan ook logisch dat zijn ontwerp voor het hoge gebouw aan de Groene Loper zich moet voegen in de totale vastgoedontwikkeling. De samenhang daarin wordt in opdracht van Ballast Nedam Development bewaakt door de twee supervisors (Edzo Bindels en Fred Humblé) en in gezamenlijke ontwerpsessies met de andere architecten uitgewerkt. Bruls stelt zich dienstbaar op en schikt zich graag in het proces, maar zoekt daarin wel de grenzen op. Het past bij zijn opvatting over architectuur. “Ik heb een hekel aan democratische gelijkvormigheid en slaafse volgzaamheid, aan de trend dat iedereen op een vergelijkbare manier uniek wil zijn. Daarom streef ik naar nieuwsgierig makende authentieke ontwerpen die de aandacht trekken, zonder schreeuwerig te zijn. Ik ben er van overtuigd dat vernieuwing pas ontstaat als opvattingen of vormen met elkaar schuren. Daarbij kies ik soms ook voor overdrijving. De ervaring leert dat die overdrijving in de werkelijkheid, als het gebouw er eenmaal staat, wordt afgezwakt. Vanuit die gedachte werk ik ook aan de Groene Loper. Vanwege de noodzaak van samenhang met de andere gebouwen komt dat neer op een zoektocht naar onderscheidende details. Een zoektocht die ik graag maak samen met de supervisors en mijn collega’s.”

Een foto van een ontwerpsessie voor de coronacrisis, met architecten, West8, Ballast Nedam Development en Projectbureau A2 Maastricht. In sessies die nu plaatsvinden wordt er rekening gehouden met alle regels en maatregelen van de overheid. (Fotograaf Aron Nijs)

Uitlaatklep

Met het appartementengebouw aan de Groene Loper breidt Bruls zijn oeuvre als architect verder uit. Minder bekend is dat hij, sinds hij in 1986 begon als architect en stedenbouwkundige, ook meubels ontwerpt, schrijft en fotografeert. Het is zijn creatieve uitlaatklep, als tegenwicht voor het steeds in opdracht werken als architect. “Het als architect werken voor particulieren is een mooie tussenvorm. Ook daarin blijkt de ontwerpvrijheid groter en het geeft veel voldoening te zien hoe je ontwerp het levensgeluk van mensen kan vergroten. Grotere projecten zijn kwetsbaarder. Je moet je ontwerp bij wijze van spreken 50 keer verdedigen, tegenover de opdrachtgever(s), aannemer(s), gemeente, welstandscommissie en supervisors. En minstens zo belangrijk, anticiperen op het gedrag van nog onbekende gebruikers. Tegelijkertijd is het natuurlijk heel waardevol hoe je met grotere projecten zoals aan de Groene Loper mag bijdragen aan de kwaliteit van de stad. Dus die mix van grotere en kleinere projecten hou ik er in de toekomst graag in. Als de kwaliteit maar voorop blijft staan.”