1 juli 2020

In gesprek met de architecten van de Groene Loper: Meggie Bessemans en Theo van Esch

Mooie, aanraakbare gebouwen ontwerpen die ook van dichtbij interessant blijven om te zien. En waar de gebruikers van gaan houden en zuinig mee blijven omgaan. Vanuit deze ambitie werken Meggie Bessemans en Theo van Esch van DAT (De Architectenwerkgroep Tilburg) mee aan het vormgeven van het nieuwe vastgoed aan de Groene Loper. Van hun hand zijn stadswoningen aan de Groene Loper en twee appartementengebouwen: een blok tussen de Professor Cobbenhagenstraat en Professor Quixstraat dat nu wordt gebouwd en het complex met sociale huurwoningen van Servatius aan de noordkant van de Groene Loper. We stellen Meggie en Theo aan u voor in deze derde aflevering van een serie over de architecten van de Groene Loper.

Kolfje naar de hand

Dat is een bureau met ongeveer twintig mensen dat in heel Nederland in de volle breedte van het vak bezig is, van stedenbouwkundige plannen tot de details in de gevel, vertellen Meggie en Theo. ‘De nadruk ligt wel op projectmatige woningbouw, ook sociale woningbouw. Daarnaast ontwerpen we veel multifunctionele gebouwen en scholen. Dat maakt het werken aan de Groene Loper tot een kolfje naar onze hand. Het is een bijzonder stedenbouwkundig project waarin we mooie gedetailleerde woningen kunnen ontwerpen. En waarin we ook onze ambities voor sociale woningbouw kunnen waarmaken, namelijk dat deze er aan de buitenkant net zo mooi kan uitzien als duurdere woningen. Ook de ontwerpstudie die we deden naar de mogelijkheden voor een IKC aan de Groene Loper sluit naadloos aan op onze praktijk van de afgelopen jaren. Het ontwerpen van een school vinden we een mooi proces omdat je daarin in nauw overleg met de gebruikers je ontwerp maakt.’

Trots en zuinig

DAT vindt dat een gebouw altijd iets moet toevoegen aan de omgeving, zodat die er beter van wordt. ‘Je bent als architect maar even op een plek in een stad of dorp actief. Daarna ben je weer weg. Daarom willen we iets achterlaten dat logisch en helder is, dat zodanig landt op een plek dat het voor iedereen begrijpelijk is. Dat de mensen die er wonen of werken het snappen, ervan gaan houden en er trots en zuinig op zijn. We stellen ons als architecten niet in het middelpunt van de belangstelling. We zijn bescheiden; onze gebouwen moeten zich voor een lange tijd kunnen voegen in hun omgeving.’ 

Aanraken

DAT streeft ook naar ‘tactiele’ gebouwen. ‘Je moet een gebouw kunnen aanraken. Omdat het ruw is of juist glad. We zoeken daarom steeds naar manieren om een gebouw een eigen karakter te geven. Zo hebben we aan de Groene Loper ook woningen ontworpen waarin gebroken bakstenen worden verwerkt. Bakstenen dus die door midden zijn gebroken en met hun breukvlak naar voren liggen. Door ze te combineren met de gladdere hele bakstenen, krijg je in de gevel subtiele verschillen die het interessant maken. Dergelijke details vinden we belangrijk. Een gebouw moet ook interessant blijven als je er naar toe loopt. Je moet dan steeds nieuwe dingen ontdekken. Daarnaast werken we altijd met materialen die lang meegaan. Dat kunnen ook tegels of leisteen zijn. Die materialen zijn niet eigen aan woningbouw, maar kunnen een project wel bijzonder maken. Meestal werken we overigens met baksteen. Ook de woningen aan de Groene Loper worden ontworpen in baksteen en dat is een goede keuze. Baksteen veroudert mooi en is heel duurzaam.’

Onderling respect

Meggie en Theo zijn te spreken over het ontwerpproces aan de Groene Loper, waarbij de verschillende architecten samen met de supervisors in gezamenlijke sessies hun ontwerpen fijn slijpen en op elkaar afstemmen. ‘Dat werkt stimulerend en maakt de ontwerpen beter. Er is sprake van een groot onderling respect. Je weet van elkaar dat iedereen op zijn manier mooie dingen maakt en met goede bedoelingen aan tafel zit. Er is niet één genie dat weet hoe het moet en waar de rest naar luistert. Nee, je praat, schuift en zoekt om het samen beter te maken. En omdat alle relevante partijen aan de sessies deelnemen, worden alle belangen in een open proces meteen meegewogen. Zo ontstaan er geen conflicten en snapt iedereen waarom bepaalde afwegingen nodig zijn. Het is knap dat ook de supervisors en ontwikkelaar Ballast Nedam Development het daardoor aandurven om gaandeweg het proces nog veranderingen door te voeren.’

Eervol

Behalve vanwege het ontwerpproces vinden Meggie en Theo het werken aan de Groene Loper ook om andere redenen eervol. ‘Iedere keer als ik hier kom, denk ik dat er een wonder is gebeurd’, aldus Theo. ‘Als je op een bankje zit en al die fietsers en voetgangers ziet, merk je dat de Groene Loper nu al een actieve plek is, nog voordat er überhaupt iets is gebouwd. Een plek bovendien die twee stadsdelen weer echt gaat verbinden en de afstanden naar het station en het centrum van Maastricht korter maakt. Daarmee is dit een ingreep die de stad echt zal veranderen.’ 
Voor Meggie speelt ook nog een persoonlijke reden mee. ‘Ik heb op het Sint-Maartenscollege op school gezeten. Elke dag stak ik op mijn fietsje met gevaar voor eigen leven de A2 over. Ik weet nog goed de eerste keer dat wij met de architecten en supervisors over de Groene Loper liepen. Toen zag ik ook voor het eerst de hele Lourdeskerk. Vroeger zag ik boven de geluidswal alleen de toren. Werken hier is voor mij daarom ook thuiskomen. En met de Maastrichtse architecten erbij hoor ik zo nu en dan weer Mestreechs. Ook al spreek ik het zelf niet, dat is heerlijk.’ 

Kwetsbare bouwkolom

Tot slot toch nog even over dat vermaledijde virus. Dat gezamenlijke sessies zoals die aan de Groene Loper over de woningprojecten en het IKC voorlopig even moeilijker te organiseren zijn, is zonder meer jammer, zeggen Meggie en Theo. ‘We missen het directe contact, delen van schetsen en fysiek samen ontwerpen. Tegelijkertijd zien we dat de hele sector, van opdrachtgevers tot aannemers, architecten en financiers, ongelooflijk zijn best doet om alles door te laten lopen. Iedereen is zich bewust van de kwetsbaarheid van de bouwkolom en dat er een extra inspanning nodig is om die aan het werk te houden. Dat zie je ook aan de Groene Loper. Het werk gaat ook hier gewoon door, misschien nog wel intensiever dan voorheen.’