16 maart 2021

Huisvesting gezocht (en gevonden) voor de wilde bij

Het duurt nog eventjes, maar aan het einde van dit jaar komen aan de Groene Loper mogelijk drie nieuwe woontorens voor wel hele speciale bewoners: de wilde bij. Tentoonstellingsontwerpers Nina Simons en Robin van Hontem van Bee Collective hebben de eerste ruwe schetsen al af. Robin: “Maastricht is de bijenhoofdstad van Nederland en de wilde bij heeft steeds minder leefgebied.”

De slangenkruidbij, een van de wilde bijen op de Groene Loper

Bee Collective

Bee Collective is een samenwerking van imkers en ontwerpers die zoeken naar nieuwe manieren om het houden van bijen in een hedendaagse omgeving te stimuleren en mogelijk te maken. Een van die ontwerpers is Robin. Bee Collective bedacht al eerder de Sky-hive, een soort bijenkorf op een 7 meter hoge paal. Dus toen Peter Alblas van CNME over de Groene Loper wandelde en zag hoeveel verschillende wilde bijensoorten rond zoemden, nam hij contact op met Robin. Samen met tentoonstellingsontwerper Nina Simons en architect Thomas Bergstra werkten ze vervolgens aan het concept.

“De wilde bij kan prima zonder ons”

“De concrete vraag aan ons was om huisvesting voor de wilde bij te ontwerpen”, vertelt Robin. “Het mocht een niet-standaard, monumentaal ontwerp worden. Specifiek bedoeld voor de wilde bij.” Het verschil met de honingbij is dat de wilde bij niet in volken gehouden worden, verzorgd door imkers, maar alleen leven en veel effectiever zijn in de bestuiving van ons voedselgewassen. In Nederland zijn meer dan 350 verschillende soorten bekend. Nina: “Waar de honingbij de mens, de imker, nodig heeft, kan de wilde bij prima zonder ons. Maar door de manier waarop wij met onze landbouwgrond omgaan, heeft hij steeds minder leefgebied. Hierdoor wordt de wilde bij bedreigd.” Woningnood en hongersnood als het ware.

De locatie van de bijentorens; vanaf het voorjaar bloeien hier weer bloemen. (Fotograaf: Aron Nijs)

Ideale plek

De bijentorens vormen een weerspiegeling van de hoogbouw aan de Groene Loper, inclusief overhangende balkons. “Ze doen een beetje denken aan Jenga-torens, het blokkenspel”, legt Nina uit. “Daardoor ontstaat een soort spanning in de balans. Het lijkt een losse stapel van stenen, maar van binnen zijn ze met elkaar verbonden.” Robin vult aan: “We willen gaan werken met lokale grondsoorten, zoals mergel, waar unieke bijensoorten op af komen. In de blokken komen kleine gaatjes en ze zijn op het zuiden gericht. Ideaal voor de wilde bij.” De torens komen te staan bij de bloemenweide tussen de Regentesselaan en Adelbert van Scharnlaan.

Wandelen tussen de bijen

Uiteindelijk zal er een wandelpaadje langs de torens worden gemaakt, zodat straks rondleidingen gegeven kunnen worden en scholen erlangs kunnen lopen om les te krijgen. Robin: “Er komt een plekje waar je even kunt zitten of staan. Midden tussen de bijen. Sommige mensen vinden dat misschien eng, maar de angel van de meeste wilde bijen is te kort om ons te steken. Ze zijn helemaal niet agressief. Met de bijentorens hopen we dat mensen wat meer te weten komen en zich bewust worden van het belang van deze schuchtere, en voor sommigen misschien onbekende, bewoners van de stad. Nina is benieuwd naar de reactie van omwonenden en bezoekers van de Groene Loper. “We hebben de ambitie om in het najaar te beginnen met bouwen, maar dat is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder corona. Het bijenseizoen is dan net ten einde. We zullen dus in ieder geval tot het voorjaar van 2022 moeten wachten op de eerste bewoners.”

Ontwerp torens

Over het definitieve ontwerp van de torens wordt nog overlegd. We kunnen dit over een tijdje laten zien. We houden u op de hoogte!