24 juni 2020

Van wie is de Groene Loper?

#8 Een content mens van “d’n diek”

 

Het was zaterdag en het kippenvoer was bijna op. Ik wist dat ik dan bij mijn vader op de fiets mee naar Amby mocht om in de Loginastraat nieuw kippenvoer te kopen. Samen reden we dan over “d’n diek” richting oude wielerbaan naar de Severenstraat. Toen, 1955, stonden langs “d’n diek” drie huizen, twee kleine witte en een groter huis in donkerbruine bakstenen. Dat was alles. Voor de rest was het een kiezelstenen pad en veel onkruid.

In 1959 verdween “d’n diek” om plaats te maken voor de autosnelweg zoals die weg toen werd genoemd. De moderne tijd was aangebroken. Midden-Limburg, voor ons gezin belangrijk omdat de familie van mijn vader daar woonde, was sneller te bereiken. Sneller, in ieder geval tot achter vliegveld Beek want daar hield de autoweg op.

Langs de autoweg werden flats gebouwd. De entree van onze stad kreeg een ander gezicht, eigentijds. Maastricht was duidelijk met de toekomst bezig. Aan het Oranjeplein kwam in 1960 zo waarlijk de eerste Maastrichtse wolkenkrabber te staan, de torenflat.

In eerste instantie hadden wij, die woonden in het Wyckerveld, niet veel hinder van de autoweg. Aan de Meerssenerweg stonden nog de zeven winkels met een kruidenierszaak, een slager, een kapper, een tabakzaak en een drogist. Aan het Old Hickoryplein lag eveneens een rij winkels. Wyckerveld was destijds nog “self supporting”.

Door de opkomst van de grotere zelfbedieningszaken kwam hier echter verandering in. De kleine zelfstandige ondernemer kreeg het steeds moeilijker omdat in zijn zaak alleen nog de kleinere, vergeten boodschappen werden gedaan. Langzaamaan verdwenen ze uit het straatbeeld. In het Wittevrouwenveld kwam als eerste in de Frankenstraat de zelfbedieningszaak Sutherland. Voor veel bewoners een trekpleister. Naderhand kwam achter de Gemeenteflat een filiaal van Albert Heijn te liggen. De bewoners van Wyckerveld moesten daarvoor aan de andere kant van de A2 zijn. Toen begon de autoweg een duidelijkere rol te spelen. 

De autoweg, inmiddels beter bekend als de N2, was beginjaren ‘80 uitgegroeid tot een verkeersader van belang, de verbinding tussen noord en zuid. Meer verkeer, zwaarder verkeer en in de zomer de vakantieader naar het zonnige Frankrijk en Spanje. De zes verkeerslichten in onze stad waren obstakel geworden, een onnodig oponthoud voor verkeer, maar een veilig manier voor met name fietsers en voetgangers om de “overkant” te bereiken.

Bovendien, door de toename van het verkeer, was geluidshinder een belangrijke factor die ging meespelen. Langs de N2 verdween in 1983 het groen en werd een geluidsmuur opgetrokken, deels een massieve betonnen muur, deels een glazen wand om de bewoners aan de President Rooseveltlaan niet helemaal op te sluiten.

Wat een verademing toen het besluit was genomen om de N2 te laten verdwijnen. Bewoners van Wittevrouwenveld en Wyckerveld stonden in eerste instantie nog wat ongelovig te kijken naar de maquettes en de tekeningen van de dubbele tunnelbuizen. Ging dit werkelijk gebeuren? Met bewondering hebben veel mensen uit beide buurten staan te kijken naar de grote, diepe sleuf die dwars tussen de wijken werd getrokken. Gestaag vorderde het werk en verdween de autoweg van weleer onder de grond.

Als je nu over de Groene Loper flaneert kun je je de situatie die bijna 60 jaar heeft bestaan niet meer voorstellen. De route vanuit de Professor Nypelsstraat naar de Longinastraat ligt er weer zoals vroeger het geval was. Ik heb echter geen kippen.

De Groene Loper nodigt uit om te fietsen, te wandelen, te joggen, te spelen, pauze te pakken, na te denken, weg te dromen en even de rust te nemen. Niet bewust van wat er twee lagen onder je voeten voorbij rijdt richting zuid of noord. 

Nu, in deze coronatijd zie ik vaker mensen op de banken zitten en deze rare, onwerkelijke wereld inkijken. Gelukkig voor hen dat het de Groene Loper geeft en een rustpunt is tussen twee stadswijken die 60 jaar gescheiden waren.

Ik was twee toen we in Wyckerveld kwamen wonen. 70 jaar later mag ik concluderen dat de Groene Loper ook een beetje van mij is en blij ben met de jongste invulling van “d’n diek”. Ik ben een content mens.

Jan Janssen - juni 2020

 

Foto's: Archief Projectbureau A2 Maastricht