22 juli 2020

Van wie is de Groene Loper?

#9 En de engel kijkt toe

 

Mijmerend over de titel van dit artikel kwam in mijn gedachten het bekende Maastrichtse liedje “Kom veer goon de Vriethof op, loupe dao get op en neer”. Het liedje laat weten dat Maastrichtenaren graag flaneren, gezien willen worden in goeie doen.

De Groene Loper lokt dat flaneren ook uit bij de bewoners van onze stad. Als het weer het eventjes toelaat dan is de Groene Loper een groot lint van mensen die wandelen, flaneren, joggen, fietsen of rustig op een bankje de Maastrichtse wereld zitten te bekijken of een gezellig onderonsje hebben. Daar heb je, sinds wij de Groene Loper hebben, het Vrijthof niet meer voor nodig, zeg ik dan chauvinistisch als Wiekenaar.

Dat Wieker chauvinisme is geen uitvinding van mij, die eer komt mij niet toe. Wiek heeft zich in het verleden vaker de mindere gevoeld van die van de andere kant van de Maas. Toen in 1858 de nieuwe Sint Martinuskerk in Wiek werd gebouwd lieten de Wyckenaren de bouw stopleggen. De Wiekenaren vonden de kerk en de kerktoren die gebouwd zou worden te laag. De bewoners van de andere kant van de Maas zouden wel eens op de gedachte kunnen komen dat de Wiekenaren minder draagkrachtig zouden zijn. Dus werden het middenschip en de toren verhoogd en hadden die van de andere kant van de Maas niks “um te sjókkere”.

Er wordt volop geflaneerd op de Groene Loper. Foto: Aron Nijs / MGL voorjaar 2020  

Maar nu terug naar de Groene Loper. Ik weet niet of dat andere mensen ook zo is vergaan maar de Groene Loper moet je leren gebruiken. In het begin lag hij er zo maagdelijk bij. Ik was er een beetje beduusd van hoe hij er uitzag. Die rust, zalig gewoon. We waren zo’n 60 jaar die andere loper gewend die niet van ons maar van de auto was. Toen ik er de allereerste keer overheen reed viel het zelfs mijn kleinzoon op die heel verbaasd uitriep: “bompa veer rije euver de nuie weeg!” en samen keken we ons de ogen uit en genoten van het nieuwe.

We reden een eindje verder en toen klonk vanaf de achterbank: “Kiek bompa dao steit d’n ingel. Sjoen hè! Wat deit dee eigelek?” Goeie vraag. Wat doet die engel eigenlijk? Vind daar maar eens een passend antwoord op.

In het diepste, maar dan ook het allerdiepste, van mijn geheugen probeerde ik op dat moment te graven om een steekhoudend antwoord te geven. In mijn gedachten kwam de loopbaan van die engel ineens boven. Ooit is dat “vrouwtje” begonnen als stedenmaagd, maar ja, wat is een stedenmaagd. Maastricht is natuurlijk niet de eerste de beste. Godinnen als Minerva en Pallas Athene, godinnen van de wijsheid en beschermers van belangrijke steden moeten destijds het grote voorbeeld zijn geweest. Maastricht had dus ook een stedenmaagd van doen. En zo is er een stedenmaagd gekomen die het wapen van onze stad laat zien en onze stad in al haar doen en laten verdedigd. Maar dat is nog maar het prille begin van een super carrière.
 

De Stadsengel is van ons allemaal


Ooit heeft deze blonde verrukking vleugelen gekregen en heeft onze stedenmaag promotie gemaakt. Ze is opgenomen in de hemelschare van engelen en dat is niet niks. Daardoor staat onze stadsengel, d’n Ingel vaan Mestreech, minstens een veilingkist hoger in de hiërarchie dan Minerva of Pallas Athene. Maar hoe vertel je zo iets aan je kleinzoon zonder het predicaat “chauvinist” opgeplakt te krijgen? Ik heb het verhaal van beschermen en bewaren verteld en dat kwam heel aannemelijk over, het werd stil op de achterbank en er kwamen geen aanvullende vragen.

Even, tussen u en mij, dacht ik nog aan de discussie tussen de kunstenaar en de burgemeester over de borstjes van onze stadsengel. Volgens de burgemeester is een engel een onzijdig figuur en heeft een engel geen andere zichtbare kenmerken dan vleugelen. Wellicht dat er na de promotie van stedenmaagd naar stadsengel toch iets is blijven zitten. Laten we het daar maar op houden.

Na al die jaren is de stadsengel een beetje van ons allemaal geworden en dan zal de Groene Loper dus ook wel een beetje van de engel zijn. Trouwens op de Groene Loper flaneren heeft iets goddelijks, niet dan??

 

Jan Janssen - juli 2020