10 februari 2021

In gesprek met de architecten van de Groene Loper: Teske van Royen

Niet de confrontatie zoeken met elkaar en met de omgeving; vanuit dit uitgangspunt werken de vier architecten van de nieuwe bebouwing langs de Kennedysingel aan de eerste invullingen van de zuidelijke Groene Loper. Hier komen een zeventig meter hoge woontoren, twee appartementencomplexen met vijf woonlagen en een zorgcomplex. Samen vormen ze een L-vormige stedelijke wand. Teske van Royen ontwerpt het wooncomplex dat in de knik van de L ‘de hoek omgaat’. 33 appartementen in acht types: het wordt een interessant gebouw met enkele bijzondere woningplattegronden.

Van begin tot eind

Teske van Royen is de naamgever en eigenaar van Artesk Van Royen Architecten, een vierkoppig architectenbureau in Maastricht. Van Royen studeerde af aan de TU Delft en kwam in 1993 naar Maastricht om als architect te gaan werken bij het stedenbouwkundig Buro 5. Vanaf 1996 geeft ze ook les aan de Academie van Bouwkunst in Maastricht. In 2000 begon ze voor zichzelf, als één van de eerste vrouwelijke architecten in Maastricht met een eigen bureau. Sindsdien is ze blijven werken met een kleine bezetting. ‘Dat is een bewuste keuze. Ik vind het vak van architect te leuk om alleen maar te managen. In een klein bureau ben je zelf bij alles nauw betrokken. Wij maken een bouwproject mee van begin tot eind. Daardoor kennen we de bouwwereld ook goed en weten we hoe de aannemerij werkt.’

Liefde voor het detail

De kennis van de aannemerij komt goed van pas in de uitvoeringsfase van een project. Daarin krijgt een project pas echt gestalte en worden de details zichtbaar. En die details spelen een grote rol in de ontwerpen van Van Royen. ‘Het is in de detaillering dat je je vakmanschap als architect laat zien. Dat is dan ook een belangrijk onderdeel van onze ontwerpfilosofie. In de uitvoeringsfase willen ontworpen details nogal eens sneuvelen. Het is dan belangrijk te weten welke details essentieel zijn om de kwaliteit in stand te houden. Daarom streven we ook altijd naar een goede samenwerking met de aannemer. Zodat die snapt waarom wij bepaalde details belangrijk vinden.’

Weiterbauen

Behalve op het detail richt Artesk Van Royen zich op de geschiedenis. ‘We zijn er niet op uit om op te vallen’, aldus Van Royen. ‘We zoeken het veel meer in de verfijning en detaillering. Het Duits heeft daar een mooi woord voor: Weiterbauen. Je bent onderdeel van een geschiedenis en bouwt daarop voort. Niet door hetzelfde te bouwen als vroeger, maar door op een harmonieuze en eigentijdse manier aan te sluiten op de bestaande omgeving, verhoudingen en materialen. Bij die materialen heb ik een sterke voorkeur voor baksteen. Het is een materiaal waarmee je alle kanten uit kunt, letterlijk. Je kunt er strak, zorgvuldig, donker maar ook vrolijk mee bouwen. Je kunt er mee boetseren.’

Bescheiden

Met haar voorkeur voor het Weiterbauen is het niet verwonderlijk dat Van Royen zichzelf een bescheiden architect noemt. ‘Ik vind het niet belangrijk om een duidelijk herkenbaar Teske Van Royen-gebouw neer te zetten. Liever ontwerp ik een gebouw waarvan mensen zeggen: goh, wat is dat mooi en zorgvuldig ontworpen, het is net alsof het er al jaren staat.’ 
Deze bescheidenheid kenmerkt de meeste architecten aan de Groene Loper. Niet alleen aan de noordelijke Groene Loper, maar ook aan de zuidelijke. Het complex van Van Royen vormt straks één stedelijke wand met de woontoren van OfficeWinhov, een woongebouw van Jo Janssen en een zorgcomplex van Rik Martens van Humblé Martens Willems architecten. ‘De toren springt er natuurlijk wel uit’, aldus Van Royen. ‘Maar Rik, Jo en ik zoeken nadrukkelijk niet de confrontatie op met elkaar. We streven naar een goede onderlinge afstemming. Zo denken we er nu bijvoorbeeld aan om allemaal bakstenen in ongeveer dezelfde okergele tint toe te passen. Minimaal willen we dat deze straks uit dezelfde fabriek komen.’

Interessant woongebouw

Het complex van Van Royen bestaat uit 33 koopappartementen in acht verschillende types. Er komen maisonnettes in, appartementen aan beide zijden van het gebouw, enkele grotere doorzonappartementen die zich van de ene naar de andere gevel uitstrekken, bijzondere hoekappartementen en luxe penthouses. Vooral in deze laatste komt de ervaring van Van Royen met het ontwerpen van onder meer particuliere villa’s van pas. ‘Wij weten hoe er op zulke speciale plekken gewoond kan worden. De hoekappartementen krijgen bijzondere plattegronden en dat op de bovenste verdieping heeft drie balkons, aan alle zijden van het gebouw. Met de maisonnettes aan de noordwestkant van het gebouw overbruggen we het hoogteverschil met de zuidoostkant van het gebouw aan de Kennedysingel.’ 
Van Royen is ook druk bezig met de detaillering van de gevels. Daarbij wordt de gevel aan de Kennedysingel strakker dan die aan de noordwestkant. ‘Dat is ook logisch. De Kennedysingel passeer je met 70 km per uur. Aan de andere gevel komt tegenover het gebouw een laagbouwwijk. Dat wordt een autoluw gebied waar de voorbijganger veel meer kan zien van het gebouw. Die zijde krijgt dan ook een rijkere detaillering.’

Eer

Het complex aan de zuidelijke Groene Loper is het eerste grote woonproject voor Van Royen in Maastricht. Ze ontwierp in Limburg en elders in het land veel particuliere villa’s, kleinere wooncomplexen en onder meer gymzalen en een cultureel centrum. Werken aan de Groene Loper vindt ze een eer. ‘Je merkt hier een sterke wil om er samen iets heel moois en één geheel van te maken. Het is bijzonder dat de opdrachtgever daar zoveel ruimte voor biedt. En het past ook in de Maastrichtse traditie van een sterke stedenbouw.’
De werkwijze met de ontwerpsessies, die tijdens de coronacrisis vooral digitaal plaatsvinden, vindt Van Royen waardevol. ‘We gaan respectvol met elkaar om en er wordt goed samengewerkt. Zeker in het begin kreeg ik wel eens het gevoel dat ik mijn huiswerk over moest doen. Dat is aanvankelijk niet prettig, maar uiteindelijk wordt je ontwerp er beter van. Ik kan me bijvoorbeeld nog herinneren dat supervisor Edzo Bindels tijdens een ontwerpsessie opeens happen uit mijn gevel nam. Ik had aanvankelijk één doorgetrokken gevel getekend, maar Edzo stelde voor het kleinschaliger te maken. Bij nader inzien vond ik dat een heel goed idee, want zo sluit mijn gebouw beter aan op de laagbouwwoningen die straks aan de overkant komen. Zo’n verandering was in een traditioneel bouwproces niet snel doorgevoerd.’

 

Lees over de andere architecten van de Groene Loper