20 november 2019

Investeren in participatie loont

Rapport Nationale ombudsman: een goed begin is het halve werk


De Nationale ombudsman heeft onderzoek gedaan naar de participatie van burgers bij grote infrastructurele rijksprojecten. Eén van de vier projecten die in het onderzoek aan de orde komen, is A2 Maastricht. Tijdens de overhandiging van het onderzoeksrapport aan minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat werd dit project een ‘voorbeeld’ genoemd. Zo is er bij A2 Maastricht al in een vroeg stadium veel tijd en geld gestoken in de participatie. ‘Zo’n goed begin is echt het halve werk’, aldus ombudsman Reinier van Zutphen.

Overhandiging van het onderzoeksrapport aan minister Cora van Nieuwenhuizen

Aanleiding voor het onderzoek was dat de Nationale ombudsman klachten en signalen kreeg van burgers over de besluitvorming op rijksniveau over de aanvliegroutes van Lelystad Airport. De burgers gaven aan dat zij niet vanaf het begin hierbij betrokken waren. Toen ze ermee werden geconfronteerd, lagen vele besluiten en kaders al vast. Voor de ombudsman was dit aanleiding een breder onderzoek in te stellen naar de participatie bij infrastructurele rijksprojecten, waaronder A2 Maastricht. Daarvoor werd gekozen omdat juist deze projecten een grote impact kunnen hebben op de leefomgeving van burgers.

Zelfstandig projectbureau

De belangrijkste conclusie in het rapport is dat een goed begin cruciaal is voor een positieve ervaring en uitkomst van het participatieproces. Van Zutphen: ‘Grote infrastructurele veranderingen in de leefomgeving van burgers kunnen bij hen voor onrust zorgen. Burgers maken zich bijvoorbeeld zorgen over overlast, hun veiligheid of de gevolgen voor het milieu. Zij willen rekening kunnen houden met veranderingen en zich niet overvallen voelen. Maar ook willen zij de mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen en niet voor voldongen feiten komen te staan. Zorg voor een goed begin in zo’n participatieproces, dat is echt het halve werk!’

Voor een goed begin formuleert de ombudsman in het rapport vier randvoorwaarden. De eerste is dat het bestuur duidelijkheid geeft over de kaders. Bij A2 Maastricht is er voor gekozen om een zelfstandige projectorganisatie op te richten. Alle betrokken overheidsinstanties ondertekenden een contract, waarin zij de kaders vaststelden waarbinnen het project verder vorm zou krijgen. Hiermee legden het bestuur en de politiek zich vast. De verdere invulling van het project en de participatie en communicatie lagen in handen van het Projectbureau.

Voldoende tijd en geld

Een tweede randvoorwaarde is om voor de participatie voldoende tijd en geld beschikbaar te stellen. Ook hierbij wordt in het rapport A2 Maastricht als voorbeeld aangehaald, naast een van de deelprojecten van Ruimte voor de Rivier. ‘Bij beide projecten is in een zo vroeg mogelijk stadium veel tijd en geld geïnvesteerd in participatie’, aldus een van de voor het onderzoek geïnterviewde projectmedewerkers. ‘Dat leverde uiteindelijk veel op. Zo kwamen er minder klachten en minder procedures. De procedures die wel gevoerd werden, werden over het algemeen gewonnen, omdat de overheid bij de besluitvorming de belanghebbenden voldoende had betrokken. Verder was er minder stagnatie tijdens de uitvoering. En het allermooiste: de inwoners zijn tevreden en nog trotser op het resultaat dan de projectorganisatie.’ Dit laatste werd bij de overhandiging van het rapport bevestigd door minister Nieuwenhuizen. A2 Maastricht is echt vaan us, waarbij de minister nog wees op de belangrijke rol van pastoor Mattie Jeukens in het project.  

Meer weten?

De overige twee randvoorwaarden voor een goed begin van infrastructurele rijksprojecten zijn: zorg voor een open houding en gedrag van ambtenaren en evalueer en pas geleerde lessen toe. Geïnteresseerd in het hele rapport ‘Een goed begin is het halve werk’? Download het hier.